Schepdaal groeit sneller dan Vlaanderen en blijft een echt gezinsdorp
Schepdaal telt 6.341 inwoners en groeide sinds 1990 met ruim 35 procent. Dat is beduidend sneller dan Vlaanderen als geheel. Tegelijk blijft Schepdaal een relatief jong en landelijk gezinsdorp. Een demografische en ruimtelijke analyse van de dorpsraad brengt het dorp in cijfers in kaart.
Schepdaal is de voorbije decennia stevig veranderd. In 1990 telde de deelgemeente nog 4.682 inwoners. Begin 2024 waren dat er 6.341: een toename met 1.659 inwoners of 35,4 procent. Ter vergelijking: in heel Vlaanderen groeide de bevolking in dezelfde periode met ongeveer 21 procent.

Vooral de jongste jaren ging het snel. Tussen 2014 en 2024 kwamen er in Schepdaal 742 inwoners bij, goed voor een groei van 13,3 procent in amper tien jaar tijd. De cijfers hebben betrekking op de officiële deelgemeente Schepdaal, met inbegrip van Sint-Gertrudis-Pede en Zierbeek.
Een relatief jong dorp
Schepdaal heeft in vergelijking met Vlaanderen een jonge bevolking. Ruim één op de vier inwoners, 26,2 procent, is jonger dan twintig jaar. In het Vlaamse Gewest bedraagt dat aandeel ongeveer 21,4 procent.
De grootste leeftijdsgroepen zijn de 10- tot 19-jarigen en de 40- tot 49-jarigen. Dat bevestigt het beeld van Schepdaal als een dorp met veel gezinnen met opgroeiende kinderen.
Ongeveer 24 procent van de inwoners is zestig jaar of ouder. Dat is minder dan het Vlaamse gemiddelde van 28,6 procent. Toch telt Schepdaal ook ongeveer 279 inwoners van tachtig jaar of ouder. De vergrijzing blijft dus een belangrijk aandachtspunt voor onder meer toegankelijke dienstverlening, zorg, mobiliteit en ontmoetingsplaatsen.
Grotere gezinnen dan gemiddeld
Schepdaal telt ongeveer 2.480 private huishoudens. Een gemiddeld huishouden bestaat uit 2,56 personen, tegenover 2,32 personen in Vlaanderen.
Bijna 27 procent van de huishoudens bestaat uit vier of meer personen. In Vlaanderen is dat ongeveer 19 procent. Grotere gezinnen zijn in Schepdaal dus duidelijk sterker vertegenwoordigd.
Tegelijk zien we ook hier de algemene trend naar kleinere huishoudens. Bijna zes op de tien huishoudens bestaan uit één of twee personen. Schepdaal telt ongeveer 686 alleenwonenden en ruim 260 alleenstaande ouders.
Die gezinsverdunning is belangrijk voor het woonbeleid. Zelfs wanneer het aantal inwoners minder snel zou stijgen, kan de vraag naar woningen blijven toenemen doordat steeds meer mensen alleen of met twee wonen.
Vooral eengezinswoningen
In Schepdaal bevinden zich ongeveer 2.705 woongelegenheden. Daarvan ligt 73,2 procent in een eengezinswoning. Ongeveer 26,5 procent bevindt zich in een appartement of ander meergezinsgebouw.
Schepdaal telt daarmee meer grondgebonden woningen dan Vlaanderen als geheel, waar ongeveer 65 procent van de woongelegenheden een eengezinswoning is.
De woningvoorraad is niet bijzonder jong. Ongeveer 61 procent van de woongelegenheden werd gebouwd tussen 1946 en 2000. Dat betekent dat renovatie, energiezuinigheid en de aanpassing van oudere woningen de komende jaren belangrijke uitdagingen blijven.
Ongeveer 69 procent van de Schepdaalse huishoudens woont in een eigen woning. Dat aandeel is vrijwel gelijk aan het Vlaamse gemiddelde. De overige 31 procent woont in een huurwoning.
Een dichtbevolkte kern in een landelijke omgeving
Schepdaal heeft een oppervlakte van ongeveer 832 hectare, of 8,32 vierkante kilometer. Met 6.341 inwoners komt dat neer op ongeveer 762 inwoners per vierkante kilometer. Dat is ruim de helft meer dan het Vlaamse gemiddelde van ongeveer 501 inwoners per vierkante kilometer.

Dat betekent echter niet dat Schepdaal overal dicht bebouwd is. De verschillen binnen de deelgemeente zijn groot. In het centrum en sommige woonwijken ligt het ruimtebeslag zeer hoog. In de meer landelijke delen rond Sint-Gertrudis-Pede en in de westelijke buitengebieden bedraagt het ruimtebeslag slechts ongeveer twintig procent.
Ruimtebeslag is overigens niet hetzelfde als bebouwing of verharding. Ook tuinen, parken, wegen, sportterreinen en andere infrastructuur worden meegerekend. Landbouwgrond, weiden en natuur behoren in principe tot de open ruimte.
De cijfers tonen vooral het dubbele karakter van Schepdaal: een relatief compacte en intensief gebruikte dorpskern, omringd door een waardevolle landelijke gordel. Dat vraagt om een doordachte aanpak waarbij ontwikkeling in de kern wordt gecombineerd met de bescherming van de open ruimte.
Ongeveer tien procent heeft geen Belgische nationaliteit
Naar schatting tien procent van de inwoners van Schepdaal heeft geen Belgische nationaliteit. Ongeveer 6,4 procent heeft de nationaliteit van een ander land van de Europese Unie en ruim drie procent heeft een niet-Europese nationaliteit.
Nationaliteit vertelt echter niet het volledige verhaal over de diversiteit van een dorp. Mensen met de Belgische nationaliteit kunnen zelf in het buitenland geboren zijn of ouders hebben die vanuit een ander land naar België kwamen. Voor een volledig beeld zijn meer gedetailleerde cijfers over herkomst, thuistaal en verhuisbewegingen nodig.
Inkomens iets boven het Vlaamse gemiddelde
Het gemiddelde inkomen per belastingaangifte bedroeg in Schepdaal in 2022 ongeveer 41.413 euro. Dat is 5,7 procent meer dan het Vlaamse gemiddelde van 39.170 euro.
Ook het mediaan inkomen ligt hoger. In Schepdaal bedroeg dit 33.305 euro, tegenover 30.938 euro in Vlaanderen. De mediaan is het bedrag waarbij de helft van de aangiften lager en de andere helft hoger ligt.
Mogelijk bijna 7.000 inwoners tegen 2040
Er bestaat geen officiële afzonderlijke bevolkingsprognose voor Schepdaal. Voor de gemeente Dilbeek verwacht men wel een verdere groei van 45.509 inwoners in 2025 naar 49.792 inwoners in 2040.
Wanneer Schepdaal zijn huidige aandeel in de Dilbeekse bevolking behoudt, zou het dorp tegen 2040 ongeveer 6.990 inwoners tellen. Als de historische groei zich ongewijzigd voortzet, kan dat aantal oplopen tot 7.300 à 7.740 inwoners.
Dit zijn geen officiële prognoses, maar scenario’s. De werkelijke evolutie zal onder meer afhangen van het vergunningenbeleid, nieuwe woningbouwprojecten, migratie en de verdere verkleining van de huishoudens. Zelfs het meest voorzichtige scenario betekent wel dat Schepdaal tegen 2040 ongeveer 650 inwoners meer kan tellen dan in 2024.
Belangrijke informatie voor de toekomst van het dorp
De cijfers maken duidelijk dat Schepdaal blijft groeien. Dat heeft gevolgen voor de verkeersdruk, de schoolomgevingen, het woningaanbod, de publieke ruimte, het verenigingsleven en de behoefte aan dienstverlening en ontmoetingsplaatsen.
De uitdaging bestaat erin om die groei goed te begeleiden. Nieuwe woningen en voorzieningen moeten bij voorkeur aansluiten bij de dorpskern, terwijl het landelijke karakter en de open ruimte rond Schepdaal en Sint-Gertrudis-Pede zo veel mogelijk behouden blijven.
Ook voor de communicatie van de Dorpsraad zijn de gegevens nuttig. Voor communicatie naar gezinnen kan worden uitgegaan van ongeveer 2.480 bewoonde huishoudens. Voor een volledige huis-aan-huisbedeling ligt het werkelijke aantal brievenbussen vermoedelijk wat hoger, omdat ook leegstaande woningen, bedrijven en collectieve adressen kunnen meetellen.
De nieuwe datanota vormt zo geen eindpunt, maar een vertrekbasis. Ze helpt de Dorpsraad om voorstellen en adviezen beter af te stemmen op de werkelijke ontwikkeling van Schepdaal. Want goed beleid voor een dorp begint bij een helder beeld van wie er woont, hoe het dorp groeit en hoeveel ruimte er beschikbaar is.
De analyse is gebaseerd op de meest recente beschikbare cijfers, hoofdzakelijk uit de periode 2024-2026. De belangrijkste bronnen zijn Statbel, de externe analyse van de gemeente Dilbeek, Provincies in Cijfers en de door Statbel gevoede gegevens op AlleCijfers.be. Peildata kunnen per indicator verschillen en kleine aantallen kunnen om privacyredenen afgerond zijn.
Download hier de volledige nota




Opmerkingen